|
Toen men het roer van een vikingschip gevonden had, was men verbaasd dat zo’n klein roer zo’n schip goed kon leiden.
Men vergeleek hem echter met het roer van de tegenwoordige schepen, dat inderdaad veel groter is. Er was echter één groot verschil. Het roer van een vikingschip steekt onder de romp uit en is het diepste punt van het schip. Ook zit het niet achter het schip, maar daarnaast en niet tegen de huid van het schip. Daardoor is het veel effectiever dan de tegenwoordige roeren, die niet het diepste punt bepalen en achter het schip zitten. Het roer zit verankerd op 2 plaatsen: het gangboord en op een houten knot net boven de waterspiegel. Op beide plaatsen is het slechts met touw bevestigd, waardoor het roer in alle kanten te bewegen is. Door de boven bevestiging los te maken en het roer in de richting van het schip te kantelen, komt het schip als het ware nog minder diep in het water te liggen en kan men ook varen door wateren van maar 1 meter diepte. Welk tegenwoordig zeilschip van enige omvang kan dit evenaren ? Het roer van een vikingschip zit aan de rechterkant. Hierom heet de rechterkant van een schip nog steeds stuurboord. De linkerkant van het schip, waarmee men aan moest leggen, omdat het roer niet aan de ondiepe oever kon liggen, heet in het engels nog steeds portside. Zo zijn er nu dus nog steeds vikingsinvloeden in de moderne scheepvaart. |
|